De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.

Reglement betreffende de aanleg van fietsvoorzieningen buiten het Fietsfonds

woensdag, 16 mei 2018

De provincieraad van Limburg

Gelet op volgende doelstelling, actieplan en actie van het provinciale beleid 2014-2019:

  • beleidsdoelstelling 2018140005 “Overig beleid”
  • actieplan 2018140105 “In uitvoering van het mobiliteitscharter bijdragen aan meer duurzame mobiliteit en (infrastructurele) veiligheid in Limburg, met een maximale verschuiving ten voordele van duurzame vervoermiddelen”
  • actie 2018140420 “Het functioneel fietsen in Limburg doen toenemen door verdere realisatie van het BFF en door het promoten van de fiets als duurzaam vervoermiddel”;

Gelet op het door de provincie uitgetekende Bovenlokale Functionele Fietsroutenetwerk dat is goedgekeurd door de deputatie in zitting van 14 juni 2001 en de bijbehorende beslissingen tot aanpassing van het netwerk;

Gelet op de beslissing van 15 juni 2006 van de deputatie tot invoering van toegankelijkheidsprincipes in de provinciale reglementen betreffende investeringssubsidies;

Gelet op het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, artikel 16, §3, achtste lid, gewijzigd bij het decreet van 10 februari 2012, artikel 20, artikel 26/3, 26/5, 26/6, eerste lid en derde lid, artikel 26/8, §4, artikel 26/10, §2, artikel 26/11, tweede lid, en artikel 26/12, ingevoegd bij het decreet van 10 februari 2012;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid, gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 2 maart 2018;

Gelet op het provinciale “Subsidiereglement voor de aanleg van fietsvoorzieningen buiten het Fietsfonds“ van 20 februari 2013, gewijzigd op 21 september 2016;

Overwegende dat het subsidiereglement voor de aanleg van fietsvoorzieningen “binnen het Fietsfonds”, meestal betrekking heeft op omvangrijke projecten;

Overwegende dat het wenselijk is, omwille van de continuïteit van het Bovenlokale Functionele Fietsroutenetwerk (BFF), om ook kleinere projecten in aanmerking te laten komen voor provinciale subsidies;

Overwegende dat goede fietsparkeervoorzieningen essentieel zijn om een fietsvriendelijk beleid te kunnen voeren en om het fietsgebruik te kunnen promoten;

Overwegende dat omwille van de transparantie bij het toewijzen van subsidies voor fietsvoorzieningen het aangewezen is om identieke subsidieerbare kosten toe te passen in de verschillende subsidiereglementen voor projecten voor de (her)aanleg van fietsvoorzieningen;

Overwegende dat het om bovenvermelde redenen aangewezen is om over te gaan tot de wijziging van dit subsidiereglement;

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 24 oktober 2012 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van subsidies en de normen voor reservevorming;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 1996 betreffende de herkenbaarheid van het provinciebestuur in provinciale subsidiereglementen;

Gelet op de budgetsleutel 664020/2/0200/2MO1501j – “Investeringssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Wegen/Subsidieren fietsinfrastructuur buiten bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk” van het provinciebudget en meerjarenplan;

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerk van het subsidiereglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget kan de deputatie een subsidie verlenen aan Limburgse gemeenten, Limburgse autonome gemeentebedrijven of onderwijsinstellingen voor de aanleg van fietsvoorzieningen die niet binnen het Fietsfonds gesubsidieerd worden.

Artikel 2: verklaring termen of begrippen

  • Fietsparkeervoorziening: aanbindsysteem waarmee de fiets comfortabel en diefstalveilig kan gestald worden, eventueel inclusief een overkapping en een verharding.
  • Fietsvoorziening: elk onderdeel van de weg waarop fietsers veilig en comfortabel kunnen fietsen.
  • Stallingswijzer: uitgave van het federale Vast Secretariaat voor het Preventiebeleid (VSP) en raadpleegbaar via www.limburg.be/fietsen. De Stallingswijzer bevat richtlijnen voor een optimale keuze en inplanting van fietsparkeervoorzieningen.
  • Fietsfonds: de overeenkomst tussen de provincie Limburg en de Vlaamse overheid waarbij de vijf Vlaamse provincies de aanleg of herinrichting van fietsinfrastructuur subsidiëren en de Vlaamse overheid een gedeelte van deze subsidie terugbetaalt aan de provincies. Het Fietsfonds moet symbolisch beschouwd worden en is niet bedoeld als juridisch-financieel begrip.
  • Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk – BFF: netwerk van fietsvoorzieningen dat de bovenlokale attractiepolen verbindt, zoals goedgekeurd door de deputatie van de provincie Limburg op 14 juni 2001 en de bijbehorende beslissingen tot aanpassing van het netwerk. Het BFF heeft  de bedoeling het functionele fietsverkeer (woon-werk, woon-school, woon-winkel) op een veilige en comfortabele manier te laten verlopen.
  • (i)GBC: de (inter)Gemeentelijke Begeleidingscommissie die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van mobiliteitsplannen en infrastructuurprojecten in het kader van het Mobiliteitsdecreet van 10 februari 2012.

II Voorwaaden voor subsidietoekenning

Artikel 3: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de aanvrager aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de gemeente of het autonome gemeentebedrijf of de onderwijsinstelling moet gelegen zijn in de provincie Limburg (B)
  • de subsidieaanvrager moet voldoen aan alle verplichtingen die voortvloeien uit eerdere toekenningen van gelijkaardige of andere subsidies van de provincie Limburg.

Artikel 4: voorwaarden waaraan het investeringsproject inhoudelijk moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het investeringsproject inhoudelijk aan de volgende voorwaarden voldoen.

  • Fietsparkeervoorzieningen
    • De gemeente of het autonome gemeentebedrijf kan een subsidie aanvragen voor de aankoop en het plaatsen van fietsparkeervoorzieningen, op openbaar domein aan:
      • halten van openbaar vervoer: stations, bushalten, tramhalten
      • bovenlokale attractiepolen: regionale bedrijventerreinen, winkelstraten, recreatiedomeinen, ziekenhuizen, culturele centra, openbare gebouwen, ...
    • De onderwijsinstelling kan een subsidie aanvragen voor de aankoop en het plaatsen van fietsparkeervoorzieningen op het terrein van de onderwijsinstelling.
    • De fietsparkeervoorziening moet altijd voldoen aan de technische specificaties zoals vermeld in de Stallingswijzer (uitgegeven door het Vast Secretariaat voor Preventiebeleid).
  • Fietsinfrastructuur
    • De gemeente of het autonome gemeentebedrijf kan een subsidie aanvragen voor de aanleg en/of verbetering van fietsvoorzieningen indien het traject deel uitmaakt van het BFF en gelegen is op een gemeenteweg.
    • De fietsvoorziening komt niet in aanmerking voor subsidie binnen het Fietsfonds en mag niet gecumuleerd worden met de fietsfondssubsidie.
    • Enkel de volgende fietsinfrastructuurprojecten komen in aanmerking:
      • fietspaden over een beperkte afstand
      • projecten waarvoor volgens de richtlijnen van het Vademecum Fietsvoorzieningen maar één oplossing mogelijk of aangewezen is
      • projecten waarvoor geen GBC-procedure vereist is.
    • De fietsinfrastructuur moet voldoen aan de technische vereisten van het Vademecum Fietsvoorzieningen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

De fietsparkeervoorzieningen en de fietsinfrastructuur worden getoetst aan de mate van toegankelijkheid voor personen met een beperking.

Artikel 5: voorwaarden waaraan het investeringsproject financieel moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het investeringsproject financieel aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het project mag nooit voor meer dan 100 % gefinancierd worden
  • de eigen inbreng door de aanvrager in de projectfinanciering moet minstens 10 % bedragen.

III Indiening van de subsidieaanvraag

Artikel 6: de termijn, wijze en het adres van de indiening van de aanvraag

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie kan op de volgende wijze gebeuren:

  • per post
  • afgeven tegen ontvangstbewijs
  • elektronisch.

Elektronische indiening geniet de voorkeur.

Het indienen van een subsidieaanvraag gebeurt in twee fasen.

Fase 1
Vóór het opstellen van het bestek i.h.k.v. de gunningsprocedure dient de aanvrager een aanvraag voor een preadvies in bij de afdeling Mobiliteit en Routenetwerken.
De afdeling Mobiliteit en Routenetwerken verleent een preadvies aan de aanvrager over de conformiteit met de Stallingswijzer en/of met het Vademecum Fietsvoorzieningen.

Het vragen van een preadvies is verplicht. Indien er geen preadvies wordt gevraagd, komt het project niet in aanmerking voor subsidie.

Fase 2
Aanvragers die een positief preadvies van de afdeling Mobiliteit en Routenetwerken ontvangen, kunnen een effectieve subsidieaanvraag indienen.

Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag voor een preadvies of de effectieve subsidieaanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.

De aanvraag voor een preadvies of de effectieve subsidieaanvraag moeten ingediend worden op volgend adres:

Mobiliteit en Routenetwerken
Directie Omgeving
provincie Limburg, Universiteitslaan 1, B-3500 Hasselt
Tel. 011 23 83 40
E-mail mobiliteit@limburg.be

Artikel 7: documenten in te dienen bij de aanvraag

Voor iedere aanvraag moeten de volgende documenten in 1 exemplaar ingediend worden.

Fase 1
Voor de aanvraag van een preadvies moet de aanvrager de volgende documenten in 1 exemplaar indienen:

  • voor de fietsparkeervoorzieningen: een voorontwerp van de aan te leggen fietsvoorziening en/of fietsenstalling waarop aangeduid zijn:
    • de as-op-as afstand tussen de fietsen
    • de afmetingen voorbehouden voor de plaatsing van de fiets
    • de vrije ruimte achter de fiets
  • voor de fietsinfrastructuur: een raming van de kosten met een uitgesplitste meetstaat voor de subsidieerbare werken.

Fase 2
Voor de effectieve subsidieaanvraag moet de aanvrager de volgende documenten in 1 exemplaar indienen.

  • Voor fietsparkeervoorzieningen
    • Een liggingsplan waaruit blijkt waar de fietsparkeervoorziening zal geplaatst worden.
    • Een gedetailleerd plan van aanleg waarop volgende elementen worden weergegeven:
      • de as-op-as afstand tussen de fietsen
      • de afmetingen voorbehouden voor de plaatsing van de fiets
      • de vrije ruimte achter de fiets.
    • De illustratie van het soort aanbindsysteem dat gebruikt wordt voor de fietsparkeervoorziening.
    • Een detailplan van de eventuele overkapping.
    • Een kopie van de laagste of voordeligste regelmatige offerte.
    • De overeenkomst met de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter), Belgiëplein 1 te 3510 Hasselt. Deze overeenkomst bevat afspraken met betrekking tot de tijdstippen waarop de aanvrager een beroep zal doen op de begeleiding van de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter). Een modelovereenkomst kan bij de provincie Limburg verkregen worden. In deze overeenkomst worden volgende fases omschreven:
      • de uitnodiging tot de oriënteringsvergaderingen met de bouwheer en/of architect
      • het opstellen van een adviesrapport op het voorontwerp met een bijbehorende bespreking
      • het opstellen van het eindrapport met de bijbehorende bespreking en eindcontrole.
  • Voor fietsinfrastructuur
    • Het goedgekeurde bestek
    • Het offerteformulier
    • De raming
    • De plannen
    • Een kopie van de laagste of voordeligste regelmatige offerte
    • Het aanbestedingsverslag
    • Het gunningsbesluit
    • De overeenkomst met de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter).

De subsidieerbare kosten staan verplicht in een afzonderlijk hoofdstuk in de raming en de offerte.

Bij een elektronische aanvraag geldt het mailbericht als ondertekening.

IV Toetsing van de subsidieaanvraag

Artikel 8: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt onderzocht op volledigheid binnen een termijn van 14 kalenderdagen, te rekenen vanaf de postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst van de aanvraag bij het bestuur.

De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, krijgt schriftelijk de vraag om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen binnen de meegedeelde termijn. Een aanvraag die niet vervolledigd wordt binnen deze termijn komt in dat jaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.

De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 9: toetsing aan de voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen en aan de voorwaarden waaraan het project inhoudelijk en financieel moet voldoen

De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden vermeld in het reglement.

Artikel 10: toetsing op krediet

Indien de kredieten die in het budget voor dit reglement zijn ingeschreven, uitgeput zijn, komt de aanvraag in het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor toekenning.

In voorkomend geval:

  • wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst van de aanvraag en komen de aanvragen chronologisch in aanmerking
  • kan de aanvrager binnen de looptijd van dit reglement een geactualiseerde subsidieaanvraag indienen zodra er terug voldoende kredieten ter beschikking zijn (in een volgend budgetjaar of na een budgetwijziging); de aanvraag wordt dan in zijn geheel opnieuw getoetst aan de voorwaarden vermeld in dit reglement. Een reeds verleend positief preadvies wordt gehandhaafd.

De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 11: besluitvorming over de subsidieaanvraag

De deputatie beslist binnen een termijn van 60 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag, of in voorkomend geval na vervollediging van het aanvraagdossier, of de aanvraag al of niet in aanmerking komt voor een subsidie en bij een toekenning van de subsidie welk subsidiebedrag wordt toegekend.

De aanvrager zal schriftelijk in kennis gesteld worden van de beslissing.

V Berekening van het subsidiebedrag

Artikel 12: bepaling van het subsidiebedrag

Het subsidiebedrag wordt als volgt bepaald.

Subsidiebedrag voor fietsparkeervoorzieningen
De subsidie bedraagt 40 % van de subsidieerbare kosten, met een begrenzing:

  • voor de gemeentebesturen en de autonome gemeentebedrijven tot 12.500,00 euro per budgetjaar.
  • voor onderwijsinstellingen tot een eenmalig bedrag van 10.000,00 euro.

Het gecumuleerde bedrag van de provinciale subsidie en andere subsidies mag niet meer bedragen dan 90 % van het subsidieerbare bedrag.

Subsidieerbare kosten voor fietsparkeervoorzieningen
Volgende kosten komen in aanmerking voor subsidiëring:

  • de grondwerken
  • de verharding met de bijbehorende fundering
  • de levering en plaatsing van de fietsenrekken
  • de levering en de plaatsing van de overkapping met de bijbehorende verlichting
  • de voorzieningen voor waterafvoer
  • niet-recupereerbare btw.

De provinciale subsidie kan beperkt worden tot bepaalde werken of onderdelen ervan. De personeelskosten voor het uitvoeren door eigen personeel van werken in eigen beheer, komen niet in aanmerking voor subsidies.

Subsidiebedrag voor fietsinfrastructuur
De subsidie bedraagt 40 % van het subsidieerbare bedrag, met een begrenzing tot maximaal 50.000,00 euro.

Het gecumuleerde bedrag van de provinciale subsidie en andere subsidies mag niet meer bedragen dan 90 % van het subsidieerbare bedrag.

Subsidieerbare kosten voor fietsinfrastructuur
De aanleg van fietsvoorzieningen zoals hieronder opgesomd komt in aanmerking voor subsidiëring:

  • de aanleg van nieuwe fietsinfrastructuur
  • de verbreding van een eenrichtingsfietspad van minder dan anderhalve meter breed
  • de verbreding van een tweerichtingsfietspad van minder dan drie meter breed
  • het vervangen van een tweerichtingsfietspad door de aanleg van eenrichtingsfietspaden per rijrichting van minimum anderhalve meter breed
  • de omvorming van een aanliggend fietspad tot een gescheiden fietspad, waar de verkeersomstandigheden dit noodzakelijk maken
  • de aanleg of aanpassing van fietsoversteekplaatsen.

Enkel de kosten inherent verbonden aan het realiseren van de fietsinfrastructuur kunnen in aanmerking komen voor subsidie en omvatten:

  • de voorbereidende werken, de opbreekwerken en de grondwerken aan de bermlichamen waarin de fietsinfrastructuur wordt aangelegd, in voorkomend geval met inbegrip van het bouwkundig verbeteren van de ondergrond, met uitsluiting van eventuele meerkosten verbonden aan een bodemsanering
  • de aanleg en de uitrusting van de fietsinfrastructuur: onderfundering, fundering, verharding en signalisatie
  • de afdekking van de strook tussen fietsinfrastructuur en de rijbaan, inclusief de verharding, de levering en de aanplanting van het groen en de levering en plaatsing van noodzakelijke scheidende veiligheidselementen in deze strook
  • de herstelling van de strook gelegen tussen de fietsinfrastructuur en de rooilijn, met uitzondering van bomen en struiken
  • de lijnvormige elementen die fysiek aansluiten op het fietspad. Lijnvormige elementen noodzakelijk voor het fietspad, maar die niet fysiek aansluiten worden voor 50 % gesubsidieerd
  • het aanpassen, verplaatsen of nieuw aanleggen van een waterafvoersysteem voor hemelwater waarin het fietspad afwatert. Dat waterafvoersysteem kan bestaan uit: bermsloten (inbegrepen de duikers in de bermsloten), draineersleuven of RWA-rioolleidingen, met inbegrip van toebehoren. De kosten die in aanmerking komen voor subsidie worden berekend volgens het aandeel van het hemelwater dat van de fietsinfrastructuur afstroomt in verhouding tot de volledige verharding die in het waterafvoersysteem afwatert. Het vernieuwen of het aanpassen van de DWA-riolering is niet subsidiabel, behalve het op de juiste hoogte brengen van de bovenbouw van bestaande inspectieputten in de verharding van de fietsinfrastructuur en het leveren en plaatsen van geschikte riooldeksels
  • het verlengen van dwarse duikers of onderbruggingen onder de fietsinfrastructuur
  • kunstwerken langs, over of onder wegen en onbevaarbare waterlopen die niet vallen onder het beheer van het Vlaamse Gewest
  • beschermmiddelen zoals paaltjes en hekken die dienen om oneigenlijk gebruik van de fietsinfrastructuur te voorkomen
  • het aanbrengen van de bovenlaag van de fietssuggestiestrook over een beperkte lengte en enkel als projectonderdeel van de aanleg van een volwaardige fietsinfrastructuur
  • werfsignalisatie en omleidingssignalisatie tijdens de uitvoering van de werken berekend volgens het procentueel aandeel van de kosten van het fietspad in de totale kosten
  • bij de uitmondende zijstraten het herleggen of het op hoogte brengen van de weg inclusief het aanpassen van het waterafvoersysteem omwille van de inplanting van de fietsinfrastructuur
  • de aanleg en het uitrusten, waar nodig, van gelijkvloerse fietsoversteekplaatsen te rekenen vanaf 4 m voor tot 4 m na de fietsoversteekplaats inbegrepen het aanpassen van de weg (inclusief onderfundering, fundering, verhardingen, signalisatie, accentverlichting op de fietsoversteekplaats, groenaanplanting op de middenberm in deze zone)
  • functionele verlichting van wegen voorbehouden voor fietsverkeer
  • bij de aanleg van fietsstraten komen enkel de verharding en de signalisatie in aanmerking voor subsidie
  • niet-recupereerbare btw op de kosten van de fietsinfrastructuur.

De volgende kosten voor fietsinfrastructuur komen uitdrukkelijk niet in aanmerking voor subsidies:

  • de honoraria, regiewerken, studiekosten, toezichtkosten en het opstellen van as-built-plannen
  • de proefkosten
  • de grondverwervingen
  • de verplaatsing van nutsleidingen
  • rioolleidingen, die gesubsidieerd worden door het gewest en/of andere instanties
  • de reinigingskosten en/of stortkosten van verontreinigde bodem en/of materialen
  • werkuren, ingeval de werken uitgevoerd worden met eigen personeel
  • onderhoudswerken
  • onderhoud van groenaanleg tijdens de waarborgtermijn
  • de aanleg van nieuwe stoepen en straatmeubilair
  • de aanleg en inrichting van bushaltes
  • recupereerbare btw.

Artikel 13: minimumsubsidiebedrag

Indien na toetsing en berekening het subsidiebedrag lager dan 1 250,00 euro is, zal de subsidie niet toegekend worden.

VI Betaling van het subsidiebedrag

Artikel 14: wijze van betaling

De subsidie wordt in één keer betaald op basis van het eindafrekeningsdossier of van de factuur met een bedrag beperkt tot het bedrag vermeld in het besluit van de toekenning van de subsidie. Prijsherzieningen, eventuele verrekeningen, bijakten of bijwerken komen slechts in aanmerking voor subsidie tot het subsidiebedrag vastgesteld door de deputatie conform artikel 12.

Artikel 15: voorwaarden tot betaling

Binnen een maximumtermijn van vijf jaar na de datum van de beslissing van de deputatie over de toekenning van de subsidie en de bepaling van het maximale subsidiebedrag, moet een aanvraag tot betaling van het hele subsidiebedrag samen met de volgende documenten ingediend worden.

Voor fietsparkeervoorzieningen

  • De door de aanvrager goedgekeurde facturen.
  • Een kopie van het eindrapport van de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter), eventueel aangevuld met een verantwoording van de aanvrager waarom niet kon worden voldaan aan de toegankelijkheidsvereisten.
  • Het bewijs van de gevoerde communicatie met vermelding van de steun van de provincie Limburg (zie artikel 16).

Voor fietsinfrastructuur

  • De door de gemeente of het autonome gemeentebedrijf goedgekeurde eindafrekening.
  • Een kopie van het eindrapport (bespreking eindcontrole) van de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter), eventueel aangevuld met een verantwoording van de aanvrager waarom niet kon worden voldaan aan de toegankelijkheidsvereisten.
  • Het bewijs van de gevoerde communicatie met vermelding van de steun van de provincie Limburg (zie artikel 16).

De subsidieerbare kosten staan verplicht in een afzonderlijk hoofdstuk in de eindafrekening.

VII Verplichtingen na de toekenning van een subsidie

Artikel 16: verplichtingen na de toekenning

Indien in het kader van dit reglement aan de aanvrager een subsidie wordt toegekend verbindt deze zich ertoe:

  • de toegekende subsidie aan te wenden voor het doel waarvoor zij werd toegekend
  • voor alle werken de vereiste vergunningen te verkrijgen
  • het project binnen een termijn van vijf jaar, na de datum van de beslissing van de deputatie over de toekenning van de subsidie, te realiseren
  • alle maatregelen te treffen om het onderhoud van de fietsparkeervoorziening of de fietsinfrastructuur te garanderen
  • medewerking te verlenen aan de plaatsing van eventuele provinciale signalisatie van het BFF
  • bij elke publiciteit die hij over deze werken maakt, zowel op de werf als in de media, melding te maken van de steun die hij daarvoor ontvangt van de provincie (inclusief toevoeging van logo). Daartoe moet de aanvrager:
    • van bij de aanvang van de werken een werfbord plaatsen met het logo van de provincie Limburg
    • de nodige visuele stukken voegen bij het eindafrekeningsdossier, zoals een foto van het werfbord
    • voor elk initiatief (zoals infomomenten voor de bevolking, persmomenten enz.) waarbij toelichting gegeven wordt aan derden over het project waarvoor subsidie werd aangevraagd, de publicatie voorafgaand voorleggen aan de provincie Limburg
    • de provincie Limburg minstens 10 werkdagen voorafgaand aan het einde van de werken en van de mogelijke openstelling voor de gebruikers op de hoogte brengen. De aanvrager en de provincie beslissen in onderling overleg over de wijze waarop de opening wordt gecommuniceerd.

VIII Controle en sancties

Artikel 17: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

De provincie heeft steeds het recht toezicht en controle uit te oefenen bij de begunstigde van de subsidie die hem in het kader van dit reglement werd toegekend. De begunstigde verbindt er zich toe de nodige inlichtingen te verstrekken en de controle van de provincie Limburg te aanvaarden, elke daartoe gemachtigde afgevaardigde van de provincie de toestemming te geven om ter plaatse het gebruik van de toegekende subsidie te controleren, toegang tot de werf te verlenen en deel te laten nemen aan werfvergaderingen.

Artikel 18: sancties

Indien de begunstigde één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt, kan de provincie het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen of in voorkomend geval beslissen tot het niet-betalen of het gedeeltelijk niet-betalen van de toegekende subsidie. Verder kan voor een periode vastgesteld door de deputatie de begunstigde uitgesloten worden om in de toekomst in aanmerking te komen voor subsidies van de provincie Limburg.

IX Slotbepalingen

Artikel 19: inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 juni 2018.

Artikel 20: opheffings- en overgangsbepalingen

Het “Subsidiereglement voor de aanleg van fietsvoorzieningen buiten het Fietsfonds” van 20 februari 2013 wordt hierbij opgeheven.
Subsidieaanvragen die werden ingediend in het kader van het “Subsidiereglement voor de aanleg van fietsvoorzieningen buiten het Fietsfonds” van 20 februari 2013 en die nog in behandeling zijn op 1 juni 2018 worden verder behandeld overeenkomstig de voorwaarden en procedure bepaald in het reglement van 20 februari 2013.
De betalingsmodaliteiten, de verplichtingen na toekenning van een subsidie in het kader van het opgeheven reglement alsook de controle- en sanctiemogelijkheden ervan worden in voorkomend geval eveneens geregeld overeenkomstig het opgeheven reglement.

Artikel 21: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden betreffende de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.

Hasselt d.d. 2018-05-16

De provinciegriffier
Renata Camps

De voorzitter
Gilbert Van Baelen