De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.

Reglement betreffende de aanleg van fietsvoorzieningen binnen het Fietsfonds

De provincieraad van Limburg

Gelet op volgende doelstelling, actieplan en actie van het provinciale beleid 2014-2019:

  • beleidsdoelstelling 2018140005 “Overig beleid”
  • actieplan 2018140105 “In uitvoering van het mobiliteitscharter bijdragen aan meer duurzame mobiliteit en (infrastructurele) veiligheid in Limburg, met een maximale verschuiving ten voordele van duurzame vervoermiddelen”
  • actie 2018140420 “Het functioneel fietsen in Limburg doen toenemen door verdere realisatie van het BFF en door het promoten van de fiets als duurzaam vervoermiddel”;

Overwegende dat de provincie de aanleg van kwaliteitsvolle fietsinfrastructuur wil stimuleren om te komen tot een samenhangend bovenlokaal fietsroutenetwerk voor functionele verplaatsingen;

Overwegende dat de provincie Limburg een vooruitstrevend beleid voert voor wat betreft de toegankelijkheid van het eigen provinciale patrimonium en wenst dat lokale besturen en privépartners die een provinciale investeringssubsidie ontvangen een inspanning zouden leveren om de toegankelijkheid van hun infrastructuur te verhogen;

Gelet op het door de provincie uitgetekende Bovenlokale Functionele Fietsroutenetwerk (BFF) dat is goedgekeurd door de deputatie in zitting van 14 juni 2001 en de bijbehorende beslissingen tot aanpassing van het netwerk;

Gelet op de beslissing van 15 juni 2006 van de deputatie tot invoering van toegankelijkheidsprincipes in de provinciale reglementen betreffende investeringssubsidies;

Gelet op het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, artikel 16, §3, achtste lid, gewijzigd bij het decreet van 10 februari 2012, artikel 20, artikel 26/3, 26/5, 26/6, eerste lid en derde lid, artikel 26/8, §4, artikel 26/10, §2, artikel 26/11, tweede lid, en artikel 26/12, ingevoegd bij het decreet van 10 februari 2012;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 25 januari 2013 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid, gewijzigd door het BVR van 15 december 2017, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 2 maart 2018;

Gelet op het ministerieel besluit van 15 maart 2018 houdende de aanwijzing van de fietssnelwegen, in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid;

Gelet op het “Subsidiereglement voor de aanleg van fietsvoorzieningen binnen het Fietsfonds” van 20 februari 2013, gewijzigd op 21 september 2016;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 februari 2013 betreffende de subsidiëring van fietsvoorzieningen buiten het Fietsfonds, gewijzigd op 21 september 2016;

Gelet op het besluit van de deputatie van 7 september 2017 betreffende de goedkeuring van de wijziging van het BFF houdende de bepaling van het fietssnelwegennetwerk in Limburg;

Overwegende dat de Vlaamse overheid enkele belangrijke wijzigingen doorvoerde in het BVR die een impact hebben op het provinciale reglement voornamelijk:

  • de selectie van fietssnelwegen
  • het optrekken van het Vlaamse subsidiepercentage voor fietsinfrastructuur op het BFF
  • het subsidiëren van studiekosten en grondverwerving bij de realisatie van fietssnelwegen
  • het schrappen van de minimumgrens van 50.000,00 euro voor subsidieprojecten;

Overwegende dat het om bovenvermelde redenen aangewezen is om over te gaan tot de wijziging van dit subsidiereglement;

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 24 oktober 2012 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van subsidies en de normen voor reservevorming;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 1996 betreffende de herkenbaarheid van het provinciebestuur in provinciale subsidiereglementen;

Gelet op de budgetsleutel 664020/2/0200/2MO1601j “Investeringssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen /Wegen/Subsidiëren fietsinfrastructuur binnen bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk” van het provinciebudget en meerjarenplan;

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerp van het subsidiereglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget kan de deputatie een subsidie verlenen aan Limburgse gemeentebesturen en Limburgse autonome gemeentebedrijven voor de aanleg en herinrichting van fietsinfrastructuur op het Bovenlokale Functionele Fietsroutenetwerk (BFF).

Artikel 2: verklaring termen of begrippen

  • GBC: de Gemeentelijke Begeleidingscommissie die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van mobiliteitsplannen en infrastructuurprojecten in het kader van het Mobiliteitsdecreet van 10 februari 2012.
  • IGBC: de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van mobiliteitsplannen en infrastructuurprojecten die  gemeentegrensoverschrijdend worden ontwikkeld.
  • RMC: de Regionale Mobiliteitscommissie die volgens de bepalingen van het Mobiliteitsdecreet van 10 februari 2012 houdende de wijziging van het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid en opheffing van het decreet van 20 april 2001 betreffende de mobiliteitsconvenants, verantwoordelijk is voor de kwaliteitscontrole en advisering van mobiliteitsplannen en  infrastructuurprojecten. De RMC laat zich bijstaan door een kwaliteitsadviseur. Deze kijkt vanuit vogelperspectief naar het proces en het eindresultaat. De kwaliteitsadviseur staat onafhankelijk van de initiatiefnemer en het overleg binnen de (I)GBC. Deze externe positie laat toe onbevooroordeeld kwaliteiten, gebreken en potenties aan te duiden. Suggesties en aanbevelingen kunnen een project naar een hoger kwaliteitsniveau tillen. De kwaliteitsadviseur bewaakt dat de plannen en projecten passen in het juridisch en richtinggevend kader dat in het decreet wordt vooropgesteld.
  • Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk – BFF: netwerk van fietsvoorzieningen dat de bovenlokale attractiepolen verbindt, zoals goedgekeurd door de deputatie van de provincie Limburg op 14 juni 2001 en de bijbehorende beslissingen tot aanpassing van het netwerk. Het BFF heeft  de bedoeling het functionele fietsverkeer (woon-werk, woon-school, woon-winkel) op een veilige en comfortabele manier te laten verlopen.
  • Fietssnelwegen: de ruggengraat van het Bovenlokale Functionele Fietsroutenetwerk, namelijk potentieel intensief te gebruiken doorgaande fietsroutes tussen steden en belangrijke attractiepolen, die met kwalitatief hoogwaardige infrastructuur worden uitgerust. De fietssnelweg biedt een aantrekkelijk alternatief voor verplaatsingen met de auto voor woon-, school- en werkverplaatsingen en ze verbinden vooral woon-, school- en werkkernen, waarbij ook openbaarvervoerknooppunten worden aangedaan. Op fietssnelwegen, die herkenbaar zijn, kunnen fietsers veilig en comfortabel doorrijden over langere afstanden. Alle tracés die geklasseerd zijn als fietssnelweg zijn opgenomen in het ministerieel besluit van 15 maart 2018 houdende de aanwijzing van de fietssnelwegen, in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid.
  • Fietsfonds: de overeenkomst tussen de provincie Limburg en de Vlaamse overheid waarbij de vijf Vlaamse provincies de aanleg of herinrichting van fietsinfrastructuur subsidiëren en de Vlaamse overheid een gedeelte van deze subsidie terugbetaalt aan de provincies. Het Fietsfonds moet symbolisch beschouwd worden en is niet bedoeld als juridisch-financieel begrip.
  • Fietsoversteekplaats: plaats op de weg uitgerust om fietsers veilig de weg te laten kruisen. Een fietsoversteekplaats kan bestaan uit twee eenrichtingsoversteekplaatsen , één dubbelrichtingsoversteekplaats of twee dubbelrichtingsoversteekplaatsen. In het geval van twee oversteekplaatsen geldt als oversteekplaats de ruimte vanaf vier meter voor de eerste oversteekplaats tot vier meter na de tweede oversteekplaats.
  • Wijzigingscommissie: de commissie die de deputatie adviseert over de wijzigingsaanvragen (wijzigingen, toevoegingen of schrappingen) van het BFF; deze commissie wordt voorgezeten door de provincie. In deze commissie zijn o.a. de Vlaamse overheid en De Lijn Limburg vertegenwoordigd.
  • Mobiliteitsdecreet: het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, gewijzigd op 10 februari 2012.
  • Besluit van de Vlaamse Regering: besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking inzake het mobiliteitsbeleid, gewijzigd door het BVR van 15 december 2017, gepubliceerd in het BS op 2 maart 2018.

II Voorwaarden voor subsidietoekenning

Artikel 3: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de aanvrager aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de gemeente  of het autonoom gemeentebedrijf moet gelegen zijn in de provincie Limburg (B)
  • de aanvrager moet voldoen aan alle verplichtingen die voortvloeien uit eerdere toekenningen van gelijkaardige of andere subsidies van de provincie Limburg.

Artikel 4: voorwaarden waaraan het investeringsproject inhoudelijk moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het investeringsproject inhoudelijk aan de volgende voorwaarden voldoen.

Algemene voorwaarden
§ 1 De fietsinfrastructuur moet deel uitmaken van het BFF. De fietssnelwegen moeten daarenboven opgenomen zijn in het ministerieel besluit houdende de aanwijzing van de fietssnelwegen.
§ 2 De grond waarop de fietsvoorzieningen zullen worden aangelegd/aangepast, moet eigendom zijn van de gemeente of de gemeente moet een onteigeningsplan ter verwerving ervan kunnen voorleggen. De gemeente kan ook een overeenkomst aangaan waardoor zij een zakelijk recht verwerft op de grond en/of de infrastructuur, ten laatste op het moment van de subsidieaanvraag.
§ 3 In afwijking van paragraaf 1 kan een gemeente een alternatief traject voorstellen, indien zij van mening is dat dit alternatief beter geschikt is. Bij die aanvraag zal de gemeente dit voorstel van alternatief traject voldoende motiveren. De vraag tot afwijking wordt voor advies voorgelegd aan de Wijzigingscommissie en vervolgens voor goedkeuring voorgelegd aan de deputatie, en dit voorafgaand aan de subsidieaanvraag.
§ 4 Fietsvoorzieningen langs (water)wegen in eigendom en beheer van het Vlaamse Gewest komen niet in aanmerking voor deze subsidie, evenals de (her)aanleg van fietsvoorzieningen die via een samenwerkingsovereenkomst worden gesubsidieerd zoals vastgelegd bij besluit van de Vlaamse Regering.
§ 5 De gemeente beschikt over een definitief vastgesteld gemeentelijk of intergemeentelijk mobiliteitsplan, dat in voorkomend geval binnen de termijn van artikel 16, §2, tweede lid, van het Mobiliteitsdecreet, aan een sneltoets werd onderworpen.
§ 6 Het investeringsproject wordt getoetst aan de mate van toegankelijkheid voor personen met een beperking.

Technische eisen gesteld aan de fietsvoorzieningen
§ 1 De fietsvoorzieningen moeten voldoen aan de richtlijnen van het Vademecum Fietsvoorzieningen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
§ 2 De gemeente kan gemotiveerd voorstellen om van deze richtlijnen af te wijken. De deputatie zal oordelen, op basis van het advies van de kwaliteitsadviseur, of deze afwijking toegestaan wordt.

Artikel 5: voorwaarden waaraan het investeringsproject financieel moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het investeringsproject financieel aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het project mag nooit voor meer dan 100 % gefinancierd worden.

III Indiening van de subsidieaanvraag

Artikel 6: de termijn, wijze en het adres van de indiening van de aanvraag

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie kan op de volgende wijze gebeuren:

  • per post
  • afgeven tegen ontvangstbewijs
  • elektronisch.

Elektronische indiening geniet de voorkeur.

Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.

De werken mogen niet worden aangevat vóór de indiening van de subsidieaanvraag.

De aanvraag moet ingediend worden op volgend adres:

Mobiliteit en Routenetwerken
Directie Omgeving
provincie Limburg, Universiteitslaan 1, B-3500 Hasselt
Tel. 011 23 83 40
E-mail mobiliteit@limburg.be

Artikel 7: voorbereiding van het dossier via de procedure (i)GBC en RMC

§ 1 De procedure met startnota, projectnota of unieke verantwoordingsnota, zoals vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering, is van toepassing.
§ 2 De aanvrager organiseert een (I)GBC ter bespreking van de startnota.
§ 3 Aanvullend bij art. 30 §1 van het besluit van de Vlaamse Regering bezorgt de aanvrager de startnota, projectnota of unieke verantwoordingsnota en de verslagen van de (i)GBC ook aan de provincie.
§ 4 De startnota moet een advies hebben van de kwaliteitsadviseur, indien noodzakelijk na samenroepen van de RMC.
§ 5 De aanvrager organiseert een (I)GBC ter bespreking van de projectnota.
§ 6 De projectnota (of in voorkomend geval de unieke verantwoordingsnota), de bijbehorende ontwerpplannen en een gedetailleerde meetstaat moeten een advies hebben van de kwaliteitsadviseur, indien noodzakelijk na samenroepen van de RMC.

Artikel 8: documenten in te dienen bij de aanvraag

Voor iedere aanvraag moeten de volgende documenten in 1 exemplaar ingediend worden:

  • de startnota en projectnota met bijbehorende ontwerpplannen (of in voorkomend geval de unieke verantwoordingsnota) en het advies van de kwaliteitsadviseur
  • het bestek, de raming (met opsplitsing tussen subsidiabele en niet-subsidiabele kosten), de plannen en het gunningsbesluit van het schepencollege met een kopie van de laagste of voordeligste offerte en het aanbestedingsverslag voor de werken waarin de fietsinfrastructuur vervat zit. De subsidieerbare kosten  staan verplicht in een afzonderlijk hoofdstuk in de raming en de offerte
  • een gemeenteraadsbesluit betreffende de goedkeuring van het ontwerpdossier voor de werken waarin de fietsinfrastructuur vervat zit
  • de verklaring van het gemeentebestuur van de eigendom van of het zakelijk recht op de gronden waarop de fietsinfrastructuur wordt aangelegd
  • de motivatie voor het voorstel van een alternatief traject
  • ingeval (ook) een subsidie wordt aangevraagd voor de kosten voor verwerving van gronden voor de aanleg van fietssnelwegen: verantwoordingsdocumenten (facturen, schuldvorderingen, ...) betreffende de uitgaven voor de verwerving van de gronden
  • een overeenkomst tussen de aanvrager en de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter), Belgiëplein 1 te 3510 Hasselt. Deze overeenkomst bevat afspraken met betrekking tot de tijdstippen waarop de aanvrager een beroep zal doen op de begeleiding van de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter). Hiertoe reikt de afdeling Mobiliteit en Routenetwerken van de Directie Omgeving een modelovereenkomst aan waarin volgende fases omschreven worden: de uitnodiging tot de GBC-vergaderingen, het advies voor de start- en/of projectnota, opstellen van het eindrapport met de bijbehorende bespreking en eindcontrole.

IV Toetsing van de subsidieaanvraag

Artikel 9: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt onderzocht op volledigheid.

De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, krijgt schriftelijk de vraag om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen.

De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 10: toetsing aan de voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen en aan de voorwaarden waaraan het project inhoudelijk en financieel moet voldoen

De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden vermeld in het reglement.

Artikel 11: toetsing op krediet

Indien de kredieten die in het budget voor dit reglement zijn ingeschreven, uitgeput zijn, komt de aanvraag niet meer in aanmerking voor toekenning.

In voorkomend geval:

  • wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst van de aanvraag en komen de aanvragen chronologisch in aanmerking
  • kan de aanvrager binnen de looptijd van dit reglement een geactualiseerde subsidieaanvraag indienen zodra er terug voldoende kredieten ter beschikking zijn (in een volgend budgetjaar of na een budgetwijziging); de aanvraag wordt dan in zijn geheel opnieuw getoetst aan de voorwaarden vermeld in dit reglement.

De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 12: besluitvorming over de subsidieaanvraag

De deputatie beslist of de aanvraag al of niet in aanmerking komt voor een subsidie en bij een toekenning van de subsidie welk subsidiebedrag wordt toegekend.

De aanvrager zal schriftelijk in kennis gesteld worden van de beslissing.

V Berekening van het subsidiebedrag

Artikel 13: bepaling van het subsidiebedrag

Op basis van het gunningsdossier beslist de deputatie over de toekenning van de subsidie en bepaalt de deputatie het maximale subsidiebedrag. Hierbij kan de deputatie bindende voorwaarden naar uitvoering bepalen. Deze subsidiebelofte houdt enkel de verbintenis tot het betalen van 50 % van het maximale subsidiebedrag in (zie ook artikels 14 en 15).

Deze subsidiebelofte vervalt indien er na 18 maanden, te rekenen vanaf de datum van toekenning ervan door de deputatie, geen aanvangsbevel van de werken werd ingestuurd (zie ook artikel 15).

Het definitieve subsidiebedrag wordt na de indiening van het eindafrekeningsdossier berekend, nadat aan de voorwaarden van artikels 16 en 17 werd voldaan en wordt begrensd tot het maximale toegekende subsidiebedrag.
Bij de saldoberekening van de subsidie kunnen prijsherzieningen, eventuele verrekeningen, bijakten of bijwerken mee in rekening gebracht worden tot het maximale toegekende subsidiebedrag bereikt is.

Subsidiebedrag voor bovenlokale functionele fietsroutes
De provinciale subsidie voor bovenlokale functionele fietsroutes bedraagt maximum 90 % van de subsidieerbare kosten, zoals bepaald in onderstaande paragraaf.

Het gecumuleerde bedrag van deze provinciale fietsfondssubsidie en andere (al dan niet provinciale) subsidies mogen niet meer bedragen dan 100 % van het uiteindelijke gunningsbedrag, btw inbegrepen. In voorkomend geval zal de provinciale subsidie verminderd worden.

Subsidieerbare kosten voor bovenlokale functionele fietsroutes
De aanleg van fietsvoorzieningen zoals hieronder opgesomd komt in aanmerking voor subsidiëring:

  • de aanleg van nieuwe fietsinfrastructuur
  • de verbreding van een eenrichtingsfietspad van minder dan anderhalve meter breed
  • de verbreding van een tweerichtingsfietspad van minder dan drie meter breed
  • het vervangen van een tweerichtingsfietspad door de aanleg van eenrichtingsfietspaden per rijrichting van minimum anderhalve meter breed
  • de omvorming van een aanliggend fietspad tot een gescheiden fietspad, waar de verkeersomstandigheden dit noodzakelijk maken.

Enkel de kosten inherent verbonden aan het realiseren van de fietsinfrastructuur kunnen in aanmerking komen voor subsidie en omvatten:

  • de voorbereidende werken, de opbreekwerken en de grondwerken aan de bermlichamen waarin de fietsinfrastructuur wordt aangelegd, in voorkomend geval met inbegrip van het bouwkundig verbeteren van de ondergrond, met uitsluiting van eventuele meerkosten verbonden aan een bodemsanering
  • de aanleg en de uitrusting van de fietsinfrastructuur: onderfundering, fundering, verharding en signalisatie
  • de afdekking van de strook tussen fietsinfrastructuur en de rijbaan, inclusief de verharding, de levering en de aanplanting van het groen en de levering en plaatsing van noodzakelijke scheidende veiligheidselementen in deze strook 
  • de herstelling van de strook gelegen tussen de fietsinfrastructuur en de rooilijn, met uitzondering van bomen en struiken
  • de lijnvormige elementen die fysiek aansluiten op het fietspad. Lijnvormige elementen noodzakelijk voor het fietspad, maar die niet fysiek aansluiten worden voor 50 % gesubsidieerd
  • het aanpassen, verplaatsen of nieuw aanleggen van een waterafvoersysteem voor hemelwater waarin het fietspad afwatert. Dat waterafvoersysteem kan bestaan uit: bermsloten (inbegrepen de duikers in de bermsloten), draineersleuven of RWA-rioolleidingen, met inbegrip van toebehoren. De kosten die in aanmerking komen voor subsidie worden berekend volgens het aandeel van het hemelwater dat van de fietsinfrastructuur afstroomt in verhouding tot de volledige verharding die in het waterafvoersysteem afwatert. Het vernieuwen of het aanpassen van de DWA-riolering is niet subsidiabel, behalve het op de juiste hoogte brengen van de bovenbouw van bestaande inspectieputten in de verharding van de fietsinfrastructuur en het leveren en plaatsen van geschikte riooldeksels
  • het verlengen van dwarse duikers of onderbruggingen onder de fietsinfrastructuur
  • kunstwerken langs, over of onder wegen en onbevaarbare waterlopen die niet vallen onder het beheer van het Vlaamse Gewest 
  • beschermmiddelen zoals paaltjes en hekkens die dienen om oneigenlijk gebruik van de fietsinfrastructuur te voorkomen
  • het aanbrengen van de bovenlaag van de fietssuggestiestrook over een beperkte lengte en enkel als projectonderdeel van de aanleg van een volwaardige fietsinfrastructuur 
  • werfsignalisatie en omleidingssignalisatie tijdens de uitvoering van de werken berekend volgens het procentueel aandeel van de kosten van het fietspad in de totale kosten
  • bij de uitmondende zijstraten het herleggen of het op hoogte brengen van de weg inclusief het aanpassen van het waterafvoersysteem omwille van de inplanting van de fietsinfrastructuur
  • de aanleg en het uitrusten, waar nodig, van gelijkvloerse fietsoversteekplaatsen te rekenen vanaf 4 m voor tot 4 m na de fietsoversteekplaats inbegrepen het aanpassen van de weg (inclusief onderfundering, fundering, verhardingen, signalisatie, accentverlichting op de fietsoversteekplaats, groenaanplanting op de middenberm in deze zone)
  • functionele verlichting van wegen voorbehouden voor fietsverkeer 
  • bij de aanleg van fietsstraten komen enkel de verharding en de signalisatie in aanmerking voor subsidie
  • niet-recupereerbare btw op de kosten van de fietsinfrastructuur.

De volgende kosten komen uitdrukkelijk niet in aanmerking voor subsidies voor bovenlokale functionele fietsroutes:

  • de honoraria, regiewerken, studiekosten, toezichtkosten en het opstellen van as-built-plannen 
  • de proefkosten 
  • de grondverwervingen 
  • de verplaatsing van nutsleidingen 
  • rioolleidingen, die gesubsidieerd worden door het gewest en/of andere instanties 
  • de reinigingskosten en/of stortkosten van verontreinigde bodem en/of materialen 
  • werkuren, ingeval de werken uitgevoerd worden met eigen personeel 
  • onderhoudswerken 
  • onderhoud van groenaanleg tijdens de waarborgtermijn 
  • de aanleg van nieuwe stoepen en straatmeubilair 
  • aanleg en inrichting van bushaltes
  • recupereerbare btw op de kosten van de fietsinfrastructuur.

Subsidiebedrag voor fietssnelwegen
De provinciale subsidie voor fietssnelwegen bedraagt maximum 100 % van de subsidieerbare kosten, zoals bepaald in onderstaande paragraaf.

Subsidieerbare kosten voor fietssnelwegen
De aanleg van fietsvoorzieningen zoals hieronder opgesomd komt in aanmerking voor subsidie:

  • de aanleg van nieuwe fietsinfrastructuur 
  • de verbreding van een eenrichtingsfietspad van minder dan anderhalve meter breed
  • de verbreding van een tweerichtingsfietspad van minder dan drie meter breed
  • het vervangen van een tweerichtingsfietspad door de aanleg van eenrichtingsfietspaden per rijrichting van minimum anderhalve meter breed
  • de omvorming van een aanliggend fietspad tot een gescheiden fietspad, waar de verkeersomstandigheden dit noodzakelijk maken.

Voor deze tracés worden de subsidieerbare kosten omschreven als volgt:

  • alle kosten voor de werken volgens de inschrijvingsprijs van de aannemer voor de uitvoering van de werken vermeld als subsidieerbaar in de paragraaf “Subsidieerbare kosten voor Bovenlokale Functionele Fietsroutes”
  • de studiekosten voor de realisatie van de fietsinfrastructuur op fietssnelwegen, namelijk de kosten voor:
    • het opstellen van de start- en projectnota of de unieke verantwoordingsnota, met inbegrip van de kosten voor het opstellen van de plannen of bestekken die daarvoor noodzakelijk zijn en de uitvoering van de noodzakelijke opmetingen en technische onderzoeken
    • de samenstelling van het technische gedeelte van de dossiers voor grondverwerving
    • de samenstelling van het dossier voor de omgevingsvergunning
    • de begeleiding van de gunningsprocedure voor de werken
  • de toezichtskosten bij de realisatie van de fietsinfrastructuur op fietssnelwegen, namelijk de kosten voor:
    • het werftoezicht, met inbegrip van de proefkosten
    • de voorlopige oplevering
  • de kosten die gemaakt zijn door de aanvrager voor de verwerving van de gronden die nodig zijn voor de realisatie van de fietsinfrastructuur op fietssnelwegen en waarvan de verkoopsovereenkomst werd afgesloten na 1 september 2017. Deze kosten moeten worden bepaald door een beëdigd landmeter.

De volgende kosten komen uitdrukkelijk niet in aanmerking voor subsidies voor fietssnelwegen:

  • de verplaatsing van nutsleidingen
  • rioolleidingen, die gesubsidieerd worden door het gewest en/of andere instanties
  • de reinigingskosten en/of stortkosten van verontreinigde bodem en/of materialen
  • werkuren, ingeval de werken uitgevoerd worden met eigen personeel
  • onderhoudswerken 
  • onderhoud van groenaanleg tijdens de waarborgtermijn
  • de aanleg van nieuwe stoepen en straatmeubilair 
  • aanleg en inrichting van bushaltes
  • recupereerbare btw.

VI Betaling van het subsidiebedrag

Artikel 14: wijze van betaling

Het toegekende subsidiebedrag wordt in twee schijven betaald.
Een eerste schijf van 50 % wordt betaald nadat de voorwaarden tot betaling van het voorschot vermeld in artikel 15 zijn vervuld.
Ingeval (ook) een subsidie werd aangevraagd voor de kosten voor verwerving van gronden voor de aanleg van fietssnelwegen, kan na de beslissing van de deputatie over de toekenning van de subsidie en de bepaling van het maximale subsidiebedrag (subsidiebelofte), onmiddellijk de volledige 100 % voor dit onderdeel van de subsidie worden betaald, na voorlegging van de betalingsbewijzen.

Het saldo wordt betaald nadat de voorwaarden tot betaling van het saldo vermeld in de artikels 16 en 17 zijn vervuld.

Artikel 15: voorwaarden tot betaling van het voorschot

Zo snel mogelijk en uiterlijk 18 maanden, te rekenen vanaf de datum van de beslissing van de deputatie over de toekenning van de subsidie en de bepaling van het maximale subsidiebedrag (subsidiebelofte), moet een aanvraag tot betaling van het voorschot samen met de volgende documenten ingediend worden:

  • het aanvangsbevel van de werken
  • een foto van het werfbord (cf. artikel 17).

Artikel 16: voorwaarden tot betaling van het saldo

Binnen een maximumtermijn van vijf jaar na de datum van de beslissing van de deputatie over de toekenning van de subsidie en de bepaling van het maximale subsidiebedrag, moet het eindafrekeningsdossier ingestuurd worden. Daarna vervalt de subsidie.
De aanvrager kan gemotiveerd voorstellen om af te wijken van deze termijn. De deputatie zal oordelen of deze afwijking toegestaan wordt.

Het eindafrekeningsdossier bevat de volgende verantwoordingsdocumenten:

  • een eindafrekening bestaande uit:
    • een cumulatieve eindstaat
    • een overzicht van alle vorderingsstaten
    • het pv van voorlopige oplevering
    • een college- of gemeenteraadsbeslissing houdende goedkeuring van de eindafrekening
    • een overzicht van de ontvangen en nog te ontvangen subsidies van andere instanties.
      In de eindafrekening worden de subsidieerbare kosten verplicht in een afzonderlijk hoofdstuk opgenomen.
  • de bewijzen van de gevoerde communicatie met vermelding van de provincie Limburg en het Vlaamse Gewest (cf. artikel 17)
  • een kopie van het eindrapport (bespreking en eindcontrole ) van de private stichtingToegankelijk Vlaanderen (Inter), eventueel aangevuld met een verantwoording van de aanvrager waarom niet kon worden voldaan aan de toegankelijkheidsvereisten.

VII Verplichtingen na de toekenning van een subsidie

Artikel 17: verplichtingen na de toekenning

Indien in het kader van dit reglement aan de aanvrager een subsidie wordt toegekend verbindt deze zich ertoe:

  • de toegekende subsidie aan te wenden voor het doel waarvoor zij werd toegekend
  • voor alle werken de vereiste vergunningen te verkrijgen
  • het project binnen een termijn van 5 jaar te realiseren (cf. artikel 16). Uitzonderlijk kan de deputatie beslissen tot een verlenging van de realisatietermijn, waarbij automatisch ook de termijn tot indiening van de betalingsaanvraag (artikel 16) met eenzelfde duur wordt verlengd. Hiertoe moet de aanvrager een gemotiveerde aanvraag indienen met opgave van de reden en de duur van de gewenste verlenging. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing tot het al dan niet verlengen van deze termijnen
  • alle maatregelen te treffen om het onderhoud van de fietsinfrastructuur  te garanderen
  • medewerking te verlenen aan de plaatsing van eventuele provinciale signalisatie van het BFF en/of de fietssnelwegen
  • bij elke publiciteit die hij in verband met deze werken maakt, zowel op de werf als in de media, melding te maken van de steun die hij daarvoor ontvangt van de provincie en van het Vlaamse Gewest (inclusief toevoeging van logo’s). Daartoe moet de aanvrager:
    • van bij de aanvang van de werken een werfbord plaatsen met de logo’s van de provincie Limburg en het Vlaams Gewest
    • de nodige visuele documenten voegen bij de aanvraag tot betaling van het voorschot, zoals een foto van het werfbord (cf. artikel 15)
    • voor elk initiatief (zoals infomomenten voor de bevolking, persmomenten enz.) waarbij toelichting gegeven wordt aan derden over het project, de publicatie voorafgaand voorleggen aan de provincie Limburg
    • de provincie Limburg minstens 10 werkdagen voorafgaand aan het einde van de werken en van de mogelijke openstelling voor de gebruikers op de hoogte brengen. De aanvrager en de provincie beslissen in onderling overleg over de wijze waarop de opening wordt gecommuniceerd.

VIII Controle en sancties

Artikel 18: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

De provincie heeft steeds het recht toezicht en controle uit te oefenen bij de begunstigde van de subsidie die hem in het kader van dit reglement werd toegekend. De begunstigde verbindt er zich toe de nodige inlichtingen te verstrekken en de controle van de provincie Limburg te aanvaarden, de gemachtigde afgevaardigde van de provincie toegang tot de werf te verlenen en deel te laten nemen aan werfvergaderingen.

Artikel 19: sancties

Indien de begunstigde één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt kan de provincie het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen, of in voorkomend geval beslissen tot het niet-betalen of het gedeeltelijk niet-betalen van de toegekende subsidie. Verder kan voor een periode vastgesteld door de deputatie de begunstigde uitgesloten worden om in de toekomst in aanmerking te komen voor subsidies van de provincie Limburg.

IX Slotbepalingen

Artikel 20: inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 juni 2018.
 
Artikel 21: opheffings- en overgangsbepalingen

Het “Subsidiereglement voor de aanleg van fietsvoorzieningen binnen het Fietsfonds” van 20 februari 2013 wordt hierbij opgeheven.
Subsidieaanvragen die werden ingediend in het kader van het “Subsidiereglement voor de aanleg van fietsvoorzieningen binnen het Fietsfonds” van 20 februari 2013 en die nog in behandeling zijn op 1 juni 2018 worden verder behandeld overeenkomstig de voorwaarden en procedure bepaald in het reglement van 20 februari 2013.
De betalingsmodaliteiten, de verplichtingen na toekenning van een subsidie in het kader van het opgeheven reglement alsook de controle- en sanctiemogelijkheden ervan worden in voorkomend geval eveneens geregeld overeenkomstig het opgeheven reglement.

Artikel 22: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden betreffende de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.

Hasselt d.d. 2018-05-16

De provinciegriffier
Renata Camps

De voorzitter
Gilbert Van Baelen